Database - ZOEKEN

Genre / Voornaam / Achternaam / Levensdata / Titel / Brongegevens Bundel / Eerste Uitgave / Brongegevens MonographieFiguren mythologisch-literair / Figuren historisch / Plaatsen mythologisch / Plaatsen historisch / Abstrakta / Gebeurtenissen / Antieke Auteurs / Antieke GeschriftenGebied / Cultuurgebied / Opmerkingen / Citatenvan:
Lyrik
Omer Karel

Laey, De

1876-1909
Ook verzen
1902
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Omer Karel

Laey, De

1876-1909
Bespiegelingen
1907
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Achilles

Mussche

1896-1974
Langzaam adieu
1962
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Cees

Nooteboom

1933-
Gesloten gedichten
1964
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Cees

Nooteboom

1933-
Gemaakte gedichten
1970
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Cees

Nooteboom

1933-
Open als een schelp - dicht als een steen
1978
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Prosa
Israël

Querido

1872-1932
De oude waereld
1918/1920/1921
Trilogie (I. Koningen; II. Zonsopgang; III. Morgenland)
Her
Lyrik
Johannes

Reddingius

1873-1944
Regenboog
1913
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Johannes

Reddingius

1873-1944
Bloei
1920
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Johannes

Reddingius

1873-1944
Licht
1923
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Johannes

Reddingius

1873-1944
Arbeid
1936
A. Welkenhuysen (1980). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde – Aanvullingen II”, Hermeneus 52, 263-270
Her
Lyrik
Adriaan

Morriën

1912-2002
Werkwijze
A.M. Landwind, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 5), 5
Poëzie als plant
Poëtologie
Gedichten worden vaak vergeleken met bepaalde planten, hetgeen terug te leiden is tot Meleagers Krans, cf. AP 4.1
MJR
Lyrik
Adriaan

Morriën

1912-2002
Invocatio
A.M. Verzamelde gedichten, Amsterdam: G.A. van Oorschot 1992, 39
A.M. Landwind, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 5), 15
Invocatio, Muze als geliefde
Retorica, Poëtologie
MJR
Lyrik
Adriaan

Morriën

1912-2002
Hertenkamp
A.M. Verzamelde gedichten, Amsterdam: G.A. van Oorschot 1992, 44
A.M. Landwind, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 5), 24
Hert als erotisch motief "Zij zijn de dieren waarvan dichter schrijven,/hun enkels en hun oogen zijn bemind,/maar dezen zullen steeds verdwaalden blijven,/hun oogen zijn te steedsch al, te verblind."
MJR
Lyrik
Adriaan

Morriën

1912-2002
Berghotel
A.M. Verzamelde gedichten, Amsterdam: G.A. van Oorschot 1992, 48
A.M. Landwind, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 5), 31
Onderwereld (? "de laatste blog laat op het meer haar zeilen zinken/en drijft als in het water van de dood")
Charons veerboot (? "de laatste blog laat op het meer haar zeilen zinken/en drijft als in het water van de dood")
Mythologie
MJR
Lyrik
Jan Willem

Hofstra

1907-1991
De engel
J.W.H. Het glazen huis, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 6), 18
Vogelwichelarij "auguur"
religie
MJR
Lyrik
Pierre Hubert

Dubois

1917-1999
Een morgen
P.H.D. Het gemis, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 7), 6
Morgenlied
Het morgenlied is een motief in m.n. epigram en elegie. Vaak wordt de ochtend als vijand van de liefde voorgesteld, vgl. A.P. 5.172
MJR
Lyrik
Pierre Hubert

Dubois

1917-1999
De tuin
P.H.D. Het gemis, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 7), 15
Tuin van de poëzie (?)
poëtologie?
MJR
Lyrik
Pierre Hubert

Dubois

1917-1999
Zondagmorgen in het Vondelpark
P.H.D. Het gemis, Den Haag: A.A.M. Stols 1942 (= Atlantis nr 7), 16
Orpheus "het orphische metaal"
Mythologie
MJR
Lyrik
Pierre Hubert

Dubois

1917-1999
Lichte tuinen
P.H.D. In den vreemde, Rijswijk: A.A.M. Stols 1942, 9
Tuin van de poëzie (?)
poëtologie?
MJR
Lyrik
Pierre Hubert

Dubois

1917-1999
Droomen en wonderen VIII
P.H.D. In den vreemde, Rijswijk: A.A.M. Stols 1942, 20
Grieks kapsel "Haren, die 'k liefgehad heb om uw geur,/om 't grieksch model, waarnaar zij U gekapt heeft"
MJR
Lyrik
Pierre Hubert

Dubois

P.H.D. In den vreemde, Rijswijk: A.A.M. Stols 1942, 26-29
Morgenlied
Het morgenlied is een motief in m.n. epigram en elegie. Vaak wordt de ochtend als vijand van de liefde voorgesteld, vgl. A.P. 5.172
bijenvergelijking Aeneis (Verg. Aen. 1.430-436 ?, 26)
MJR
Lyrik
Clara

Eggink

1906-1991
Doodenmarsch
C.E. Verzen: Vroeg en laat, Den Haag: Nijgh & Van Ditmar 1983, 26
C.E. Landinwaarts, Den Haag: A.A.M. Stols 1941, 6-7
Schim
Mythologie
De schimmen zijn die van gestorven soldaten. Het is opgenomen in de verzamelde verzen als 'Dodenmars voor Rotterdam'.
MJR
Lyrik
Hendrik

Hazelhoff

1919-2004
Ballade van den gulden glimlach
M.D. Tijdelijk isolement, Rijswijk: A.A.M. Stols 1942, 5-11
Boreas (7), sirene (?, "Het gulden lichaam, kuis ontbloot,/lokte den triesten schipper aan" omschrijving van boegbeeld, 8), Narcissus (?, passim)
Mythologie
Gepubliceerd onder pseudoniem Max Dendermonde
MJR
Lyrik
Hendrik

Hazelhoff

1919-2004
Drietal
M.D. Tijdelijk isolement, Rijswijk: A.A.M. Stols 1942, 12
Drie Gratiën (? "drietal"), Narcissus
Aanroep van de Muzen
Mythologie
Gepubliceerd onder het pseudoniem Max Dendermonde
MJR
Wer ist eigentlich dieser Achill, fragte die Schildkröte und fraß weiter an ihrem Salatblatt
Arnfrid Astel
Philologische Interessen konnten nicht bedient werden.
Bertolt Brecht
Feuergefährlich ist viel. Aber nicht alles, was feuert, ist Schicksal, Unabwendbares.
Max Frisch
Ich ziehe mich zurück in das Federkleid schwebender aufsteigender Sätze
Günter Kunert
Die Moderne [kann] sich nur richtig verstehen, wenn sie sich aus der Antike versteht.
Michael Theunissen
Zuviel Abendland, Verdächtig.
Günter Eich