Database - ZOEKEN

Genre / Voornaam / Achternaam / Levensdata / Titel / Brongegevens Bundel / Eerste Uitgave / Brongegevens MonographieFiguren mythologisch-literair / Figuren historisch / Plaatsen mythologisch / Plaatsen historisch / Abstrakta / Gebeurtenissen / Antieke Auteurs / Antieke GeschriftenGebied / Cultuurgebied / Opmerkingen / Citatenvan:
Prosa
Manuel

Loggem, van

1916-1998
De goden zijn dood
in: Het tijdperk der zerken (1969)
1969
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Hendrik

Marsman

1899-1940
Penthesilea
1925
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Prosa
Hendrik

Marsman

1899-1940
De vijf vingers
1929
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Hendrik

Marsman

1899-1940
Tempel en kruis
1940
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Prosa
Harry

Mulisch

1927-2010
Het stenen bruidsbed
1959
Homerus, Ilias
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Prosa
Harry

Mulisch

1927-2010
Paralipomena Orphica
1970
Orpheus
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Prosa
Harry

Mulisch

1927-2010
Twee vrouwen
1975
Orpheus
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Drama
Harry

Mulisch

1927-2010
Oidipous, Oidipous
1972
Oedipus
Sophocles, Oedipus rex, Oedipus Coloneus
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Drama
Harry

Mulisch

1927-2010
Volk en vaderliefde
1975
Herodotus, Historiën III, 61-87
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Harry

Mulisch

1927-2010
Tegenlicht
1975
Apollonius van Tyana
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Drama
Martinus

Nijhoff

1894-1953
Een idylle
1940
Protesilaus, Laodameia
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
N.E.M. (H.J. Schelte

Pareau

1906-1981
Argos en Arcadia
1935
in samenwerking met J.C. Noordstar (A.J.P. Tammes, 1907-1987)
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
N.E.M.

Pareau

1906-1981
Sonnetten
1941/1965
Horatius
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
J. (J. Presser)

Wageningen, van

1899-1970
Orpheus en Ahasverus
1945
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Jan (C.L. Schepp)

Prins

1876-1948
Timaiossonnetten
1935
Plato, Timaeus
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Jan (C.L. Schepp)

Prins

1876-1948
Later werk
1941
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Adriaan

Roland Holst

1888-1976
In Ballingschap
1955
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Adriaan

Roland Holst

1888-1976
Helena's inkeer
1944
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Prosa
Maria

Rosseels

1916-2005
Ik was een Christen
1957
Julianus Apostata
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
Barend

Rijdes

1910-1975
Orpheus
1944
Orpheus
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Prosa
Barend

Rijdes

1910-1975
Het derde beeld
1943
Athene
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Prosa
Barend

Rijdes

1910-1975
Ramth sech Partunal
1962
Etrurië
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Drama
Jeanne

Schaik-Willing, van

1895-1984
Odysseus weent
1953
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
F.

Schmidt Degener

1881-1941
Vijfenvijftig variaties op een bekend thema
1937
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Lyrik
J.W.

Schulte Nordholt

1920-1995
Een lichaam van aarde en licht
1961
R.Th. van der Paardt (1978). “Klassieke motieven in de Nederlandse letterkunde. Een synopsis in alfabetische volgorde”, Hermeneus 50, 322-334.
Her
Wer ist eigentlich dieser Achill, fragte die Schildkröte und fraß weiter an ihrem Salatblatt
Arnfrid Astel
Philologische Interessen konnten nicht bedient werden.
Bertolt Brecht
Feuergefährlich ist viel. Aber nicht alles, was feuert, ist Schicksal, Unabwendbares.
Max Frisch
Ich ziehe mich zurück in das Federkleid schwebender aufsteigender Sätze
Günter Kunert
Die Moderne [kann] sich nur richtig verstehen, wenn sie sich aus der Antike versteht.
Michael Theunissen
Zuviel Abendland, Verdächtig.
Günter Eich